De Brabançonne

Docenten Info

Het Speelstuk voor boomwhackers

op de pagina 'Speel'

is alleen open voor abonnees.

Materiaal

Boomwhackers: B met dop, C D E Fis, G A B

Voor alleen het zang gedeelte is geen materiaal nodig

Voorbereiding

Boomwhackers klaar leggen

De les zelf doornemen, het lied leren.

De moeilijke woorden uit het lied noteren en daar een uitleg voor de kinderen bij bedenken.

Tips

Deze les leent zich voor thema's rond Belgische feestdagen, herdenkingen en sport-evenementen zoals voetbal, olympische spelen,

aardrijkskunde en geschiedenis les, of thema's rond landen, europa, volksliederen, talen.

 

Je kunt alleen het zang gedeelte doen, deze staat ook open voor niet-abonnees.

Kies of je alleen in het nederlands wilt zingen, of ook frans en eventueel zelfs duits.

 

De Brabançonne is geen gemakkelijke melodie. Er zitten nogal wat stukjes in die lijken op een herhaling, maar dan net even anders zijn. Er zijn verschillende versies in omloop, het tempo wisselt daarbij sterk, en ook het ritme en de melodie worden regelmatig gevarieerd. Door op speelse wijze de muziek te analyseren (de pagina Puzzel) zullen de kinderen de melodie makkelijker leren en daarna zingen en spelen.

Bedenk van te voren op welke manier je de puzzels gaat doen: klassikaal, individueel, in duo's of kleine groepjes... Ze kunnen bijvoorbeeld in kleine groepjes zachtjes overleggen en hun antwoord opschrijven. Enkele suggesties:

Puzzel 1: laat het eerste fragment horen en laat de leerlingen dit zachtjes na-neuriën. Laat het nog 1 of 2x horen, zodat ze het echt weten. Nu kunnen ze (al hummend of neuriënd, de grafieken langsgaan, om te zien welke past. Geef ze hier de tijd voor.

Puzzel 2: Lees de eerste tekstregel voor en daarna de 4 muziekfragmenten, zodat ze op elk fragment kunnen proberen om deze regel te zingen. Of draai het om: begin bij een muziekfragment, speel dit 4x af en laat ze alle 4 de tekstregels er op proberen te zingen.

Puzzel 3: Zoals je ziet zijn er streepjes geplaatst onder de audio-player op de plaatsen waar de hoogste en laagste toon voorkomt. De leerlingen kunnen taken verdelen: de één leest de tekst, de ander let op de streepjes, een derde zet zijn oren wagenwijd open om naar de toonhoogtes te luisteren....

Je zou er een wedstrijd van kunnen maken door punten toe te kennen aan goede antwoorden (even van te voren bedenken hoe je dat doet). Zo is het een kwis; welk groepje haalt de meeste punten?

 

Bij het nakijken van de antwoorden kun je de eerste 4 regels ook even laten zingen, daar staat de tekst er bij. Ook de overige regels kunnen worden gezongen als bevestiging, en daarmee oefenen ze meteen op een bewuste manier het lied.

 

Een extra activiteit zou kunnen zijn om een eigen tekst te schrijven over België, of over een fantasie-land.

Bij het schrijven is het aan te raden om het lied in stukjes te verdelen, zodat elk kind, of groepje een gedeelte schrijft.