Do Re Mi

Docenten informatie

Leeftijd / aantal lessen

6-11 jaar / 4 lessen van 30-40 minuten

Materiaal

Boomwhackers C D E F G A B C! en D!

(hoge D alleen voor versie 2 en 3)

 

In aanvulling op de boomwhackers (of in plaats van) kun je ook andere instrumenten gebruiken zoals klankstaven, klokkenspel, xylofoon, keyboard of andere melodie-instrumenten. 

 

Deze les is ook geschikt voor muziekschool en leerorkest.

Voor bes instrumenten zoals klarinet en trompet is Do een D

do re mi fa so la ti do= D E F# G A B C# D

Voor es instrumenten zoals altsaxofoon is Do een A

do re mi fa so la ti do= A B C# D E F# G# A

Voorbereiding

De les zelf doornemen

Kiezen welke versies geschikt zijn voor de groep (zie tips hier onder)

Boomwhackers en eventueel andere instrumenten klaarzetten

Tips

Deze les bestaat uit drie versies qua moeilijkheidsgraad, alle drie zowel in het Nederlands als in het Engels.

Het is niet de bedoeling om ze allemaal te doen (dan gaat het liedje echt vervelen)

Maak een keuze voor de groep waar aan je lesgeeft:

Onderbouw: versie 1 (eenvoudig) in het Nederlands en misschien ook in het Engels

Middenbouw: versie 2 (gemiddeld) in het Nederlands en/of in het Engels

Bovenbouw: eerst versie 2 en daarna 3, of meteen 3, beide talen of keuze uit 1 taal.

 

In versie 1 en 2  bestaan de meespeel-films uit 2 partijen: Zangers en Instrumentale Begeleiding

In versie 3 zijn er 3 partijen: Zangers, Instrumentale Begeleiding en Melodiespel

De begeleidingspartij zou je ook vocaal kunnen uitvoeren, eventueel aangevuld met bodysounds en bewegingen.

Voor elke noot (do, re, mi enz.) bedenk je een geluid en/of beweging.

 

Solmiseren

Door de lijnen aan te wijzen kun je de groep laten zingen of spelen. 

Daarbij kun je de noten verdelen (handig met boomwhackers) of iedereen alles laten zingen/spelen.

 

Zingen

Zorg voor een geschikte begintoon (gebruik daarvoor een instrument) bijvoorbeeld Do = C

Begin met kleine stappen en bouw dan een klein sprongetje in, kijk hoever je kunt gaan met grotere sprongen.

Laat een kind aanwijzen. Spreek daarbij het gebied af, bijvoorbeeld eerst bewegen tussen do en mi, breid het gebied langzaam uit.

Wijs ook eens een bestaande melodie aan, en kijk of ze die herkennen (bijvoorbeeld Vader Jacob)

 

Spelen

Door de lijnen aan te wijzen laat je de groep reageren met instrumenten. Daarbij kun je ze 1 toon laten spelen, maar ook een ritmisch motiefje. Met spelen kun je meteen het hele gebied nemen en ook sprongen maken.

Ook hierbij kun je een keer een bekende melodie aanwijzen.

Laat een kind aanwijzen, of 2 kinderen tegelijk, waarbij je de groep in 2en deelt.

 

Spelen en zingen

In tweetallen van 1 zanger en 1 instrumentalist reageren de kinderen op het aanwijzen van de lijnen.

 

Met bewegingen

Je kunt elke noot van een beweging of houding voorzien die tegelijk met het zingen (spelen) wordt uitgevoerd.

 

Improviseren / Componeren

Deze opdracht spreekt voor zich. Je kunt de leerlingen eventueel helpen om precies de juiste toon te zingen.

Maar leg er niet teveel de nadruk op, de creativiteit staat voorop bij deze activiteit.

Laat ze hun stukjes presenteren aan elkaar.

 

Voorbeeld lesindeling

Les1 Tekstpuzzel en zingen

Les 2 Zing en Speel

Les 3 Zingen, solmiseren, ontwerpen

Les 4 Oefenen en presenteren van de ontwerpen