Griezelen met het Orgel

Leeftijd / aantal lessen

9-12 jaar / 3  à 4 lessen van 30 tot 45 minuten

Materiaal

Voorbereiding

Het werkblad voor de tekenopdracht, 1 per leerling

Voor de ontwerp opdracht zo veel mogelijk instrumenten / voorwerpen

Je kunt ook gebruik maken van bodysounds en eigen voorwerpen die niet worden gewisseld.

Denk aan potloden, papier (met papier kun je veel soorten geluid maken, denk aan wapperen, handen klappen met vel papier in je hand, met een rolletje papier op tafel slaan, enzovoort).

Keuze maken uit de filmjes.

Werkblad printen en kopieëren, 1 per leerling

De luister- en ontwerpopdracht op de pagina Halloween doornemen

Tips

Werkblad teken-opdracht

De muziek op de pagina 'introductie' komt uit de musical "The Phantom of the Opera" van Andrew Lloyd Webber.

Het verhaal kun je lezen op wikipedia

Het orgel is zowel een blaas- als een toetsinstrument. Dit antwoord kun je in het midden laten, en zeggen dat dat duidelijk zal worden in de komende les. Aan het eind van de eerste les kun je dan terug komen op deze vraag.

Er bestaan ook elektronische orgels, keyboards en synthesizers. Misschien kunnen de kinderen het verschil zelf opzoeken.

De informatie filmpjes krijgen meer betekenis als ze ingepast worden in een project.

Een project waarbij de klas een bezoek brengt aan de plaatselijke organist bijvoorbeeld.

Als ze van te voren al kennis hebben opgedaan d.m.v. voorbereidende lessen, zullen ze gerichter kijken, luisteren en vragen stellen aan de organist. Als het bezoek plaatsvindt in een kerkgebouw is het aan te raden om ook het onderwerp kerk en/of kerkgebouw voor te bereiden. Zeker als er leerlingen bij zijn die nog nooit een kerk van binnen hebben gezien. Op deze manier kun je aansluiten bij een erfgoed les.

 

Op de website  http://orgelkids.nl/ vind je nog meer interessante informatie.

Je kunt er ook een leskist bestellen, waarmee je zelf een orgel in elkaar kunt

zetten!

Bij de tekenopdracht kunnen de kinderen kiezen voor een realistische tekening of een fantasie tekening.

Probeer de pijpen zo precies mogelijk te tekenen, of verzin orgelpijpen die heel anders zijn.

Tijdens het tekenen kun je de fimpjes op de pagina 'luister' aanzetten.

Onderbreek het tekenen als er iets opvallends voorbij komt, om dat te bespreken.

Griezelen

Met het orgel kun je ook aanhaken bij het onderwerp Filmmuziek, Griezelen of Halloween.

Bij de luisteropdracht 'Griezelen met het orgel' hoor je diverse kenmerken die de muziek griezelig of spannend maken:

 

Halloween muziek 1: zachte lage tonen plotseling onderbroken door sterke, scherpe hoge tonen. Dit geeft een schrik-effect. Het gebeurt nog een paar keer en steeds onverwacht, waardoor het spannend blijft. De akkoorden in de lage tonen zijn consonant, die in de hoge tonen dissonant (ze liggen dicht tegen elkaar aan, waardoor het gaat 'schuren')

Samenvatting:

Contrast in hoog en laag / consonant en dissonant (rond en scherp) en de onverwachtheid van de wisseling daartussen.

Halloween muziek 2: Geluidseffecten van onweer, volle akkoorden in het orgel met lange tonen, dan plotseling snelle tonen die het effect geven van beweging. Wat gebeurt hier? Tegelijk hoor je lange zangerige tonen alsof het koor inzet om iets belangrijks te vertellen. En tenslotte nog wat geluidseffecten. Je kunt er over twisten of deze geluiden nodig zijn, of misschien wel net teveel, omdat ze nogal nep klinken.

Samenvatting:

Contrast tussen langzaam en snel (lange tonen, korte tonen / rust en beweging) en toegevoegde geluidseffecten.

Halloween muziek 3: Langzame, gaande beweging in de melodie, die gespeeld wordt in de lage tonen. Met daarboven lange hogere tonen en daar onder lange extra lage tonen (sub contra octaaf, gespeeld op de pedalen van het orgel). De melodie herhaalt zich als een mantra, waardoor een trans effect ontstaat. Geen plotselinge veranderingen of effecten hier, maar juist een doorgaande herhaling zorgt voor het spannende effect. 

Samenvatting:

Een voortdurende herhaling van een motief (mantra) begeleid door lange (vooral lage) tonen.

Ontwerp opdracht

De kinderen schrijven individueel tijdens het luisteren een kort gedicht, of enkele woorden en zinnen die in ze opkomen bij de muziek.

Hierna worden er groepjes gemaakt. De gedichtjes worden aan elkaar voorgelezen. Ze kiezen er 1 of 2 uit om te gebruiken in een klankspel.

Ze kiezen op welke manier ze de muziek spannend gaan maken. Daarbij kunnen ze gebruik maken van wat ze uit de luistervoorbeelden hebben geleerd.

Het eindresultaat wordt een klankspel waarin het gedicht (losse woorden en zinnen mag ook) op spannende toon worden vertolkt begeleid door instrumenten en geluiden. 

De vorm is vrij. Je kunt beginnen met muziek, stukje tekst, muziek, weer een stukje tekst (waarbij de muziek zachter klinkt) , effecten die de tekst versterken, enzovoort. Als het maar spannend wordt!

Om het nog mooier te maken kun je bij de uitvoering gebruik maken van een microfoon met een echo-effect. Of je maakt de stem extra spannend door in een papieren koker te praten....

Uiteraard is deze opdracht nog uit te breiden met kostuums / beelden in een slide-show / beweging, dans, mime.....

Reflecteren

Bij het uitvoeren van de gemaakte klankspelen reflecteren de kinderen op elkaars en hun eigen werk.

Benoem zoveel mogelijk muzikale elementen: Op welke manier heeft elke groep gezorgd voor spanning in de muziek? Welke contrasten zijn hoorbaar? Verliep de uitvoering zoals het bedoeld was? Wat ging er goed, wat had je eigenlijk anders bedoeld? Op welke manier kun je dit nog verbeteren? Eventueel nogmaals spelen met aanpassingen.

Je kunt de kinderen ook taken geven bij het luisteren naar elkaar:

Een groepje let op de tekst, een ander op de muzikale effecten, een ander op de beleving, een ander op de performance, indien van toepassing ook op de beweging / kostuums enz.

Tip voor de docent: Het benoemen van wat je allemaal gehoord hebt is een groter compliment dan 'goed gedaan'!

Voorbeeld lesindeling

Les 1 Introductie, Informatie, Tekenen en Luisteren.

Les 2 Filmmuziek luisteren en de vragen beantwoorden, ontwerpopdracht beginnen.

Les 3 In groepjes de ontwerpopdracht voltooien en inoefenen

Les 4 Generale repetitie en presentatie van de eigen creaties