Bij de plaatjes

- Welk voertuig gaat het langzaamst? Welke het snelst? Zet ze in volgorde van langzaam naar snel.

- Speel bij elk plaatje muziek op instrumenten. Een dirigent geeft aan hoe snel we spelen.

- Gebruik deze 3 plaatjes: Fiets, auto, vliegtuig. De dirigent beeldt uit:

     1. fietsen met de handen 

     2. het stuur van de auto vastpakken 

     3. de armen wijd als vleugels

Bij de video

Bekijk de video en luister goed naar de geluiden.

Welke geluiden hoorde je allemaal?

Kon je horen of de trein langzaam reed of snel?

Luister eens naar de video met je ogen dicht.

Treinmuziek maken met instrumenten:

De muziek begint heel langzaam, wordt sneller en sneller en dan weer steeds langzamer tot we stilstaan.

Aan het begin, in het midden en aan het einde klinkt de fluit en de stoom (psssssh),