Wilhelm Tell

In het jaar 1307, in het Zwitserse plaatsje Altdorf, staat midden op het marktplein een hoed op een stok.

Iedereen die langs de stok loopt maakt een diepe buiging voor de hoed.

Wie dit niet doet wordt opgepakt door de soldaten van de Oostenrijkse Keizer, die het land in die tijd bezet houdt.

 

Op een dag komt landvoogd Gessler naar Altdorf om te kijken hoe het er mee staat. Hij ziet hoe een brutale Zwitser het waagt om zonder buigen langs de hoed te lopen. ‘Wie is deze man? Breng hem onmiddellijk bij mij!’ roept hij woedend.

 

Wilhelm Tell wordt door de soldaten bij hem gebracht samen met zijn zoontje Walter.

‘Ik zie dat jij niet buigt voor de hoed en ook dat je een kruisboog draagt; Twee keer fout!’ briest hij. ‘Dat kost je je leven!’ ‘Maar mijn vader gebruikt de boog alleen om appels uit de boom te schieten!’ roept Walter, ‘Dat kan hij heel erg goed!’

 

Gessler schiet in de lach. ‘Appels schieten, hahaha, weet je wat? Laat maar eens zien hoe goed jij appels kan schieten. Als het jou lukt om in een appel te schieten op het hoofd van je zoon, laat ik jullie in leven’.

 

Tell heeft geen keus, hij pakt twee pijlen uit zijn koker, stopt er 1 in zijn riem en legt de ander op zijn boog. Walter staat een heel eind verderop tegen een boom, met een appel op zijn hoofd.

 

Tell's handen trillen. Hij smeekt de landvoogd of hij het niet hoeft te doen. Maar Walter roept: ‘Schiet maar vader, ik weet zeker dat u het kunt!’

 

Tell spant de boog, haalt diep adem en richt…

Iedereen houdt zijn adem in, het is doodstil op het marktplein.

 

Daar gaat de pijl ...

Hij raakt de appel precies in het midden en blijft steken in de boom.

Een luid gejuich klinkt op.

Gessler baalt enorm, maar hij moet Tell laten gaan. Wel vraagt hij nog: waar is die pijl in je riem eigenlijk voor?

‘Die was bedoeld voor jou, voor als het zou mislukken’, antwoordt Tell.

Met een grimmig gezicht antwoordt Gessler: ‘Ik zal je leven sparen zoals beloofd, maar je zult nooit meer de zon zien. Soldaten, neem hem mee en breng hem naar mijn burcht aan het Vierwoudsteden Meer’.

 

Als Tell en de soldaten midden op het meer zijn, steekt er een gevaarlijke storm op. De soldaten maken Tell’s boeien los, zodat hij kan helpen om het schip te redden. Tell stuurt het schip veilig naar de haven, maar vlak voordat ze daar aankomen springt hij zelf van boord en verdwijnt in de bergen.

 

Als Gessler de volgende ochtend naar zijn burcht rijdt, suist er een pijl door de lucht die hem treft in de borst.

Terwijl hij zijn laatste adem uitblaast beseft Gessler van wie deze pijl afkomstig is…

Het verhaal verteld in het Engels en in het Frans