Middenbouw
Groep 4-5
3 of 4 lessen van 25 tot 35 minuten
Programma
Les 1 Zingen, Maken, Spelen Level 1
Les 2 Spelen Level 2,3,4, Zingen
Les 3 Verhaal, Maken, Presenteren
Materiaal
-
Diverse ritme-instrumenten (maracas, trom, bekken, claves, shakers, belletjes, triangel, tamboerijn).
-
Xylofoon of ander staaf- of toetsinstrument.
-
Ritmekaartjes geprint (1 blad per leerling), scharen.
-
Eventueel grote ritmekaarten.
Bijlagen
Een zaadje vliegt avontuurlijk door de lucht! Maar wat beleeft zo'n zaadje eigenlijk onderweg? Blaas, zoem en ritsel mee op de wind. Zing een prachtig lied en speel mee met spannende ritmes en geluiden. Drie lessen vol klank, beweging en verbeelding bij het kleurrijke verhaal 'Een zaadje in de wind' van Eric Carle.

LES 1
Activeren
Begin non-verbaal: beweeg je hand door de lucht alsof er een zaadje zweeft en laat de kinderen met blaas- en zoemgeluiden reageren om de stem op te warmen.
Zingen
Luister naar het lied. De tweede keer neurien de kinderen mee en bewegen hun hand omhoog en omlaag met de melodie. Zing daarna mee met video 1 en 2.
Maken
Vertel het verhaal (zie 'Het verhaal in het kort' onderaan deze pagina) en maak er samen een klankspel bij van muziek en geluiden. De muziek beeldt de sfeer uit (rustig, spannend). Denk bij de geluiden aan:
De wind, het ritselen van de zaadjes, verbranden, neerkomen op de grond of in zee, opgegeten worden, groeien van de planten, enzovoort.
Spelen
Speel raadspelletjes en voor- en naklappen van 2 of 3 ritmes. Gebruik hiervoor de grote ritmekaarten op het bord, of geprint. Voeg een ritme toe als het goed gaat. Doe dit alles op gehoor, zonder notatie. Speel mee met Level 1 van het ritmespel. Bedenk voor elk ritme een bodysound met beweging.
Spelen
Speel het ritmespel Level 1 met instrumenten. Iedereen speelt alle ritmes mee.
Extra: Bekijk een video waarin het verhaal verteld wordt.
LES 2
Activeren
Herhaal de speel- en raadspellen met de ritmekaarten.
Spelen
Speel mee met Level 2 en 3, verdeel de klas in vier groepen met elk een eigen ritme. Wissel regelmatig van partij. Bijvoorbeeld:
-
Water en aarde: bongo's, kleine trommen
-
Licht van de zon: beatring / schellenraam / triangel
-
Piepklein zaadje: claves en andere houten instrumenten
-
Groei: shakers en guiro of schudden met tamboerijn/schellenraam
-
Grote zonnebloem: allen
Ga daarna door naar Level 4 waarin groepen improviseren. Reflecteer steeds tussendoor: Hoe klonk het? Wat kunnen we veranderen zodat het nog beter klinkt? Wanneer klonk het te druk? Past het bij de muziek? Welke speelmanieren kun je uitproberen met je instrument?
Zingen
Sluit af met het lied.
LES 3
Verhaal
Bekijk een video waarin het verhaal verteld wordt in het Engels, of waarin het verhaal wordt uitgebeeld door kinderen.
Maken en Presenteren
Print de kaartjes en geef elk kind een vel en een schaar. In groepjes van 4 knippen de kinderen elk een vel uit en leggen de kaartjes bij elkaar. Ze maken diverse composities en voeren deze uit met bodysounds en/of instrumenten. Naar aanleiding van het spelen kan de compositie worden aangepast. Als ze een paar composities hebben uitgeprobeerd kiezen ze er één uit om te presenteren.
Reflecteren en Zingen
Bespreek hoe het samenwerken en presenteren ging. Sluit af met het lied.
Informatie
Deze lessenserie sluit goed aan bij thema’s zoals lente, Pasen en kan gebruikt worden als ondersteuning bij gesprekken over rouwverwerking en de cyclus van het leven.
Het verhaal komt uit het prentenboek 'Een zaadje in de wind' van Eric Carle.
Eric Carle (1929-2021) is een Amerikaans kinderboekenschrijver en illustrator. Zijn werk is herkenbaar door de collagetechniek met gekleurde stukjes papier. Zijn boeken gaan vaak over natuur. Zijn bekendste boek is 'Rupsje Nooitgenoeg'.
Het verhaal in het kort
Tien zonnebloemzaadjes worden meegevoerd door de wind. Alleen het kleinste zaadje wordt uiteindelijk een grote zonnebloem.
-
Eén zaadje komt te dicht bij de zon en verbrandt
-
Eén zaadje valt in de sneeuw op een bergtop
-
Eén zaadje valt in zee en wordt opgegeten door een vis
-
Eén zaadje valt in het hete droge zand van de woestijn
-
(6 zaadjes vallen op de grond) Eén wordt opgegeten door een vogel
-
(5 zaadjes nestelen zich in de aarde) Eén wordt opgegeten door een muis
-
(4 zaadjes worden een plantje) Eén krijgt geen licht door een grote plant
-
Eén plantje wordt vertrapt door spelende kinderen
-
Eén plantje krijgt een bloem en wordt geplukt
-
Het kleinste plantje blijft groeien en wordt een hele grote zonnebloem
-
De wind neemt de zaadjes van de grote bloem mee en het verhaal begint opnieuw