Spelen (video 1)

Oefen eerst met de partituur, speel daarna mee met de video.

Instrumenten:

- Claves en andere houten instrumenten

- Schellenraam / beatring en andere metalen instrumenten

- Schud-eitjes en andere shakers

Partituur

Klik op de afbeelding

voor grote weergave

Dansen-lied (video 2 en 3)

Beginpositie: Stil staan als een houten pop, armen langs het lichaam, voeten naast elkaar, hoofd naar beneden. 

Intro: Je hoofd komt langzaam omhoog, daarna de armen tot ze boven je hoofd zijn. 

 

Lied: (soepel dansen, je bent geen pop meer)

1.klap boven je hoofd in je handen

2.armen omlaag, beweeg op de muziek met je hoofd, dan schouders en kronkel met je rug

3.beweeg je heupen heen en weer (zet je handen op je heupen)

4.knieën 1 voor 1 optillen, dan benen 1 voor 1 gestrekt naar voren

en terug: maak een kronkel van voeten tot hoofd

 

Tussenspel: breng de handen weer boven het hoofd.    Tweede couplet: herhaal de dans.

 

Slot: een snelle vrije dans, alsof de pop op hol slaat.

Als de muziek zachter wordt, haperen de bewegingen, je wordt weer een houten pop, bevries....... 

en tenslotte “val” je terug in de beginpositie.

Dansen-variaties (video 4 en 5)

Waar …. staat, worden de lichaamsdelen bedoeld in volgorde:

Handen, hoofd, schouders, rug, heupen, knieën, voeten.

 

Beginpositie: Staan met een denkbeeldige bal in je handen.

1. Balletje hoog houden met je ….

2. Bevries en breng alleen je …….   in een nieuwe positie

3. Beweeg je …… alsof er een mug omheen zoemt die je weg wilt jagen

4. Sta stil, beweeg je ……. zo dat je het bijna niet ziet

5. Ontwijk een sneeuwbal die tegen je ….  gegooid wordt

6. Poets een glazen wand schoon met je …..

Slot: Alles losschudden en vrij dansen

Eigen variaties (video 6)

Bedenk 6 bewegingen, schrijf of teken ze op het bord met de cijfers 1 t/m 6 ervoor.

Zing het lied en doe de dans met je eigen bewegingen.

Een paar suggesties:

- draaien – schrijven - aaien - schudden – robot – droevig – vrolijk – samen (in tweetallen dansen) - slapen – duwen – vegen – zweven – vliegen – zwemmen – vechten – bang zijn – stoer doen – mooi zijn – oud zijn – wassen – wijzen – vlinders op je… – regen op je…